Bergell 27-7 (Dag 6, Sciora->Albigna)

De nacht was een typische berghuttennacht; warm, benauwd en slapeloos. Ik weet weer precies waarom ik liever buiten slaap.
Maar goed, de omgeving is mooi en de zon schijnt (aan de andere kant van de berg).
We gaan op pad.

De aanloop naar de pas is een lang stuk door blokkenterrein, veel zoeken en een beetje klauteren.
Na een oversteek over een steil sneeuwveldje begint de pret pas echt; de route door de Pas Cacciabella Sud is een paar jaar geleden volledig gesaneerd met kettingen, treden en laddertjes.
Een soort klettersteig zeg maar. En in zo’n geval zeggen beelden meer dan woorden:


De afdaling gaat verder door eindeloze blokkenvelden met zo hier en daar een spannende passage

En net als ik begin te denken dat er dit keer echt geen einde komt aan het pad, zie ik eerst een paar halfblote dames op een heuveltje liggen en vervolgens de Albigna dam. Ha!
Ik ben blij dat we er zijn maar voel ook gelijk een steek. Want dit was de laatste etappe van onze tocht. En ik wil nog niet weg…

Het Albigna liftje blijkt iedere 11(!) minuten te gaan. Je bent weliswaar 12 SFR armer voor een einzelfahrt, maar dan ben je wél snel beneden.
Daar pakken we de bus terug naar Bondo, waar we ons snel even afspoelen in de gemeentelijke (brandschone) wc en vervolgens met de auto richting Duitsland knorren.

Om een uur of 7 zijn we in Lörrach. Op de camping aldaar is het “gezellig druk”, oftewel stampvol en als we vragen naar een restaurant worden we verwezen naar een loungeclub aan het eind van de straat.
We vallen nogal uit de toon bij de rest van de clientele en kennelijk vindt het personeel dat ook.
Serveerster nr 1 komt ons begroeten met de mededeling dat het druk is (gôh) en dat het wel een half uur kan duren voor we kunnen eten. Als we die hint niet begrijpen komt serveerster nr 2 vertellen dat het min-stens een uur gaat duren.
Ok, ok, we zijn al weg. Van de menukaart kregen we toch niet echt honger.

We belanden uiteindelijk bij een bijzonder wazige maar ook erg leuke buurtkroeg waar we een gigantisch bord schnitzel met friet voorgezet krijgen. Het smaakt geweldig en om de goede afloop te vieren drinken we natuurlijk de grootste pils die ze hebben.

Het tentenveld staat vol met gevaarlijk uitziende hardrockers maar desondanks is het ’s nachts verrassend stil. We slapen buiten tot een stortbui ons de tent injaagt.
Morgen gaan we echt naar huis….
Het was fantastisch. En zwaar. En zo mooi.

Advertenties

Bergell 26-7 (dag 5, Vicosoprano->Sciora Hut)

Donderdagochtend breken we op en pakken onze rugzakken weer in. Ditmaal gaan we lichtgewicht want de tent en de brander hoeven niet mee.
We rijden naar Bondo, parkeren de auto in het dorp en beginnen aan de wandeling naar de hut.

De rustdag heeft ons kennelijk goed gedaan want we stiefelen in een moordtempo naar boven.
Waarschijnlijk zal het gebrek aan gewicht in de rugzakken hier ook wel debet aan zijn.
Sinds we hier 7 jaar geleden waren om het Bugeleisen te beklimmen heeft het pad een grondige opknapbeurt ondergaan; er zijn complete traptreden in de rotsen uitgehakt.
Het uitzicht op de granietreuzen om ons heen blijft overweldigend, wat is het hier toch waanzinnig mooi!

We hebben zo snel gelopen dat we al om een uur of 2 bij de hut zijn.
Daar drinken we eerst een grote bier, lummelen wat rond en dan wil Rolf de instap van het Bugeleisen wel eens van dichtbij bekijken.
We waarschuwen hem nog dat dat een klere-eind lopen is.
Tja…
…Dus we lopen een eindje met hem op en gaan dan op een groot rotsblok in de zon liggen kijken hoe een klein mensje zich een weg baant door een groots rotslandschap. Fascinating…
Halverwege keert hij toch maar om.
We zijn net op tijd terug voor het avondeten.

We blijven buiten tot het donker wordt, genieten van de zonsondergang en worden getrakteerd op een paar donderende steenlawines op de Cengalo.
Dat we weer even weten wie er hier nou eigenlijk de baas is…

Bergell 25-7 (Dag 4, Vicosoprano, Rustdag)

Rondlummelen op een camping is leuk maar stoere tochten maken in de bergen is eigenlijk veel leuker. Helaas word je daar ook moe van dus is die rust soms ook gewoon nodig. Zeker als je de afgelopen jaren de bergen alleen vanaf een fiets hebt bekeken.

Desalniettemin komen we onze dag wel door:
We slapen uit. Voor zover dat mogelijk is met een hyper-actief Rolfje in de tent 😉
We wandelen naar Vicosoprano, doen daar wat inkopen en trippelen lichtvoetig op onze gympies terug.

We drinken koffie. Echte koffie. En eten er iets lekkers bij.
We kijken op de kaart
We kijken nog eens op de kaart.

We gaan in Chiavenna op jacht naar kaasfondue. Dat is er niet dus vangen we een wegwerp bbq en wat worstjes.
We wandelen naar Stampa (actieve rust), drinken daar bier op het terras (bijdrinken) en wandelen weer terug (nog meer actieve rust).
We bewonderen een regenboog.

Ook vandaag betekent zo’n regenboog een flinke plensbui dus bbq’en zit er niet in…
Gelukkig staat er een grote schuiltent voor mensen met kleine tentjes.
Daar bakken we worstjes in de koekenpan en eten er verse sla bij.
We drinken wijn. En bier.
En gaan weer slapen
Morgen mogen we weer aan de bak. Hiephoi.

Bergell 24-7 (Dag 3, Val de la Duana->Vicosoprano)

De volgende ochtend word ik wakker van de zon op de tent. Het is om 7 uur op 2500 m hoogte al warm genoeg om in t-shirt en korte broek buiten te zitten!
We doen op ’t gemak en gaan ons na het ontbijt te buiten aan het bouwen van dammen in het riviertje naast de tent. leuk!

Rond een uur of 9:30 gaan we toch maar weer eens op weg. We klimmen langs het lagh Pit de la Duana omhoog, over een sneeuwveldje en over de rotsen naar de pas de la Duana.
Aan de overkant van het dal worden we begroet door de granietwanden die het Bergell beroemd hebben gemaakt (binnen een bepaalde doelgroep dan toch).

Vanaf hier is het afdalen naar het 2000 m lager gelegen Bondo waar we een nachtje op de camping willen staan.
We zien het landschap langzaam veranderen van kale rotsen naar grazige alpenweiden tot we uiteindelijk weer onder de boomgrens belanden. Het lijkt een afdaling zonder eind, na elke bocht een nieuwe bocht en onze bij nader inzien niet zo goed getrainde afdaalspieren beginnen stevig te protesteren.
We stoppen in Soglio voor een drankje op het terras en zelfs Rolf, de ultieme bergenbikkel, spreekt zijn twijfels uit over de haalbaarheid van ons plan.
Wat te doen?

Na een biertje komen we op het lumineuze idee om de bus te pakken naar Maloja, de auto op te halen en naar de camping in Vicosoprano te gaan. Daar wilden we tenslotte al-tijd al naartoe!
Dan houden we morgen rustdag en gaan we overmorgen naar de Sciora hut om van daaruit de doorsteek over de Pas Cacciabella Sud naar Albigna te maken.
Mijn knieën zijn blij met dit besluit.

Bergell 23-7 (Dag 2, Pass da Sett-> Val de la Duana)

De volgende ochtend schijnt de zon, is de hemel strakblauw en de wind verdwenen. Warm is het nog niet, maar dat maakt niet uit. Dat komt vanzelf wel.
We drinken een bakkie, werken een mok ontbijtpap naar binnen, slingeren de rugzakken om de al enigszins beurse schouders en beginnen aan de afdaling naar het Val Maroz.

Daar gaan we naar rechts en slenteren door de onderdehand brandende zon langzaam omhoog naar de boerderij Maroz Dent.
Daar steken we de rivier over en vinden een perfect plekje voor de lunch.
Er komen best veel mensen langs, maar die gaan allemaal omhoog richting Val da Cam. Ons doel ligt een dal verderop; het Val de la Duana.
Het pad voert ons helemaal naar het eind van het Val Maroz en buigt dan scherp omhoog. Het is verrekte warm, verrekte steil en de rugzakken zijn verrekte zwaar. Zo te zien heeft het hier onlangs flink geregend want hele stukken pad zijn weggespoeld. We kruipen omhoog in een tempo waar de gemiddelde bejaarde zich nog voor zou schamen. Maar allez, ook de slak bereikt uiteindelijk z’n doel…

Het lagh de la Duana is adembenemend mooi en we twijfelen even of we hier de tent zullen opzetten. We besluiten toch door te lopen naar het lagh Pit de la Duana, dat was tenslotte het oorspronkelijke plan en anders wordt de tocht van morgen wel heel lang.

Maar dat tweede meertje is verder weg dan gedacht en we zijn al een uur of 7 onderweg. Dus als we vlak onder het lagh Pit de la Duana een mooie bivakplek vinden, houden we het voor vandaag voor gezien. We zijn moe en hebben dorst en honger.
De heupfles wodka en de nootjes komen tevoorschijn en we gaan eerst even lekker borrelen. Dat hebben we wel verdiend. Maar oef, zo’n vingerhoedje drank komt hard aan na zo’n dag…hips…
We koken pasta met tomatensaus en worst en gaan na het eten toch nog even naar boven om te checken of de kampeerplekjes bij het meer misschien niet toch nog mooier zijn dan waar wij staan.
Gelukkig is dat niet het geval.

Ondanks dat we op zo’n 2500 meter hoogte zitten, is het een bijna zwoele avond. We zitten nog relatief lang buiten, genieten van de zonsondergang en de stilte en duiken tegen 21:30 de zak in.

Bergell 22-7 (Dag 1, Maloja -> Pass da Sett)

Zaterdag aangekomen in Maloja en daar een nachtje op de camping gestaan.
Maloja ligt op 1800 m en het was er koud, nat en winderig. Bovendien was de camping een nogal moerassig gebeuren en konden we onze tent eigenlijk nauwelijks kwijt.
Desondanks redelijk geslapen en als we zondagochtend wakker worden en de zon schijnt, zien we er de lol wel van in.
We ontbijten met koffie en gebakken eieren met spek. Het weerbericht belooft ons een mooie dag en de grote grijze wolk boven de bergen waar wij naartoe willen baart ons daarom weinig zorgen.
We parkeren de auto in het dorp en proberen alle spullen in onze rugzakken te proppen. Het past allemaal maar net…niet

Zwaar beladen beginnen we aan het eerste deel van onze tocht; omhoog naar het lac Lunghin, van daar naar de pas Lunghin en dan afdalen richting Septimer pas. Daar ergens hopen we een plek te vinden voor een bivak.
De zon brandt op onze hoofden, het waait stevig en de grote grijze wolk wordt steeds groter. Ook denk ik zo nu en dan druppels te voelen. Maar dat wijten we aan de wind in combinatie met de waterval naast ons.
Na een korte drinkpauze begint het opeens echt te regenen. Maar ach, de zon schijnt nog steeds dus we maken ons niet druk. De grote grijze wolk wordt echter opeens wel heel groot en al snel is de zon verdwenen. De regen gaat over in hagel, dan in sneeuw en de wind trekt zo mogelijk nog wat verder aan. Snel regenjacks en handschoenen aan.
Handschoenen??? Waar zijn m’n handschoenen? Amai, vergeten….. stommeling. Het is te koud om zonder handschoenen verder te lopen maar gelukkig heeft Rolf een extra paar bij zich. Pfffff…. (Note to self: must never forget gloves when going to the mountains)
Het is te koud en het sneeuwt te hard om stil te staan. Bovendien valt er toch weinig van het uitzicht te genieten, we zitten midden in een wolk.

Aan de andere kant van de pas Lunghin is het zicht iets beter en we zien zo nu en dan zelfs flarden blauwe lucht. Maar het waait nog steeds hard, het is koud en om de flardjes blauwe lucht heen regent of sneeuwt het lekker door.
Het plan was om hier ergens ons kamp op te slaan maar dat vooruitzicht is nog niet erg aantrekkelijk. Omdat we zonder te pauzeren hebben doorgelopen is het ook nog vroeg dus we besluiten om in elk geval door te lopen tot de Septimer pas en daar verder te kijken.
Op de pas staat een hut van de EWZ met een aan 3 kanten beschut portiekje en er is zelfs een bron. Kortom, de perfecte schuilplek. We trekken alle warme kleren aan die we bij ons hebben en gaan snel een bakkie maken.
We checken de kaart nog maar eens en besluiten dan om de nacht hier door te brengen; een betere bivakplek gaan we zeker niet vinden.
Het gaat langzaamaan minder sneeuwen maar het blijft waaien en erg koud. We eten vroeg (lekker, kip tandoori met rijst) en kruipen om 20:30 in de slaapzak.